|
Vampieren Dagboek Zondag 17 oktober, 2010. 16:46.
Het is een donkere nacht en ik fiets van uit de stad alleen naar huis. Het is donker, geen enkele lantaarnpaal verlicht de straat, enkel mijn voor en achter licht. Een geel achtig lampje dat op de voorkant van mijn fiets zit schijnt onschuldig op de weg. Mijn rode achterlicht aan de achterkant van mijn fiets laat mensen zien dat ze niet alleen zijn. Zo af en toe loopt er een man over straat met zijn hond. Natuurlijk blaft de hond als hij mij tegen komt, een vreemde. Iedere keer weer word deze tot de orde geroepen. Het is immers al laat. Veel gedronken heb ik niet, maar voel de bui wel hangen. Dat word morgen een kater, denk ik bij mezelf en versnel mijn bewegingen om eerder thuis te zijn. Na enkele minuten rijd ik onze oprijlaan op. Rijk zijn we niet, maar in Amerika is alles zo anders dan in Nederland. Grotere huizen voor minder geld. In Nederland zouden we een huurhuis hebben gehad, nu hebben we een prachtig mooi bijna spierwit huis gekocht. Nou ja, wij, mijn ouders dan. Ik zet mijn fiets in de garage naast onze auto en loop naar binnen nadat ik de garage deur heb laten zakken. Mensen vragen zich altijd af waarom we hier heen verhuisd zijn. Dus om een lang verhaal kort te maken, mijn moeder is hertrouwd. Denken wilde ik er niet aan. Heb die man altijd vreselijk gevonden, vanaf de eerste dag dat ik hem zag wist ik al dat er iets niet klopte. Het ergste is dat ik er nu nog steeds niet achtergekomen ben wat er dan niet klopt…
De volgende morgen, of ja middag eerder gezegd ontwaak ik uit mijn roes door het geluid van autobanden op de kiezels op de oprijlaan. Met slaperige ogen kijk ik via een spleetje naar beneden om te zien wie het is. Mama en hij, Erik komen thuis. Zijn ze de hele nacht weg geweest of zijn ze iets anders wezen doen? Ik haal mijn schouders op en laat me weer vallen. “Nina! Opstaan!” Er klinkt een zwaar geschreeuw vanaf onder de trap en ik zucht een keer diep. “Waarom?” mompel ik zacht zodat het niet verstaanbaar is. Ik gris mijn badjas van mijn bureaustoel en loop de overloop op naar de trap om naar beneden te waggelen. Snel werp ik een blik op de klok die naast de trap hangt. “Half 1, dat is veel te vroeg voor iemand die laat thuis was…” Ik gaap een keer en doe de deur open als ik eenmaal beneden ben en loop naar de keuken. “Ja?” zeg ik onverschillig en plaats me op een barkruk. “Doe eens wat aardiger.” Mijn moeder werpt me een boze blik toe waarvan ik mij niets aan trek. “En Jeremy dan? Moet die niet op?” Erik kijkt me aan. “Nee dat hoeft niet.” Zonder enige reden hoeft hij niet op te staan? Wat flauw. Ik werp hem een blik toe met een opgetrokken wenkbrauw. “Waarom ik wel en hij niet?” Mijn moeder bemoeid zich er niet mee en houd zich op de achtergrond. “Omdat het mijn zoon is, jij bent van je moeder en niet van mij.” Nou ja zeg. Kon het nog met meer haat gezegd worden? Hoezo meneertje onverschillig. “Mam…” begon ik. “Niet zeuren, doe maar wat Erik zegt.” Nu moet het niet gekker worden. Mijn blik is nog steeds gericht op Erik. “Kleed je aan en ga je huiswerk maken.” Moet ik me daarvoor aankleden? Voor huiswerk? “Ik kan mijn huiswerk ook wel in mijn pyjama maken, dank u,” zei ik op een sarcastische vriendelijke toon. Erik is het daar duidelijk niet mee eens maar hij is slim en houd zijn mond.
|